16 oktober 2012

Aankijken

Een van de dingen waar ik het meest problemen mee heb is oogcontact. Ik schijn dit vroeger, als baby en klein kind, wel gedaan te hebben, maar hier ben ik niet zeker van.

Ik weet uit groep vier lagere school dat ik me er bewust van werd dat ik beter kan luisteren naar de leraar als ik diegene niet aankijk. Als ik wel oogcontact maakte en de leraar mij ook aankeek schrok ik heel erg en kon ik niet meer luisteren naar wat er werd verteld. Ik verstijfde even en mijn gedachten werden blanco. Het duurde een tijdje voordat ik weer 'terug' was en had een groot deel van zijn verhaal gemist, waardoor ik de rest niet meer kon volgen.

In de eerste klas VWO heb ik mijzelf een trucje aangeleerd. Als de leraar sprak en de klas rondkeek, en dus ook mij zou kunnen aankijken, keek ik naar een plek in de ruimte waar ik mij op kon concentreren. Op die manier was het makkelijker te luisteren naar wat er werd verteld, omdat ik minder werd afgeleid door de ogen van de leraar en alle andere visuele prikkels, zoals bijvoorbeeld de lampen. Ik hou van lampen en lichtjes.

Door dit trucje kreeg ik vaak de opmerking dat ik aan het wegdromen was en niet oplette, omdat ik in de ruimte zat te staren. Wanneer ik probeerde uit te leggen dat ik juist heftig aan het opletten was, werd er gereageerd met gelach en de opmerking dat ik ermee moest ophouden en gewoon moest opletten in de les, omdat het de leraar stoorde.

Hierdoor besloot ik de leraar strak aan te kijken, waardoor ik juist niet hoorde wat er werd verteld omdat mijn focus ergens anders lag. Ik snapte de lesstof hierdoor vaak niet en haalde lagere cijfers.

Op het MBO, de huidige opleiding die ik nu volg, begon ik het jaar met het strak aankijken, hoewel ik dolgraag wilde horen wat er werd verteld, omdat de lesstof eindelijk interessant was. Dit werkte niet, dus viel ik in het oude patroon en staarde de lesuren door. Weer kreeg ik hier opmerkingen over, maar dit keer durfde ik geen eerlijke uitleg te geven, bang dat er weer om gelachen zou worden. Ik verzon weer een nieuw trucje.

Niet staren naar een plek in de ruimte, maar naar mijn bureau en doen alsof ik constant aantekeningen maak. Ik weet het, aantekeningen maken help sowieso, maar bij mij niet. Wanneer ik een zin opschrijf blijft die zin zich namelijk herhalen in mijn hoofd en hoor ik ook niet meer wat er wordt verteld.

Toch vond ik dit trucje niet ideaal, omdat ik nog vrij 'afwezig' lijk. Nu probeer ik het met het trucje die ik gebruik wanneer ik in gesprek ben met iemand. Ik kijk naar de mond of neus, dan lijkt het of ik oogcontact maak, maar doe ik niet. Heel idioot dat ik hier niet eerder aan dacht. Ik kijk het even aan, maar voorlopig werkt het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen