Vandaag ben ik voor het eerst alleen naar de bibliotheek geweest. Dat is een hele stap en het heeft 3 keer geduurd voordat ik die durfde te zetten. De eerste keer wilde ik iemand mee, omdat ik mijn pasje op moest halen en nog niet wist waar de voordeur is, hoe de deur werkt (duwen, trekken of schuifdeuren), hoe je boeken kan lenen en terugbrengen en waar welke boeken staan. Ook moest ik met iemand praten, wilde ik mijn pasje krijgen. De tweede keer wilde ik iemand mee omdat ik voor het eerst mijn geleende boeken terug moest brengen en naar de andere, grote bibliotheek wilde.
Vandaag dus voor het eerst alleen. Ik heb een uur lang moed verzameld om de deur uit te gaan. Ik besloot mijn net gekregen rode tasje te gebruiken als bibliotheek tas, ik houd van rood, rood geeft mij superkrachten. Ik deed de drie geleende boeken in de rode tas en controleerde of ik alles in mijn zakken had voor ik de deur uitliep. "sleutels, sigaretten, portemonnee, telefoon" dit rijtje herhaalde zich tot ik er zeker van was dat die vier dingen écht in mijn zakken zaten. Dit is een dagelijks ritueel van vijf minuten en vaak blijft het rijtje zich nog een uur herhalen in mijn hoofd, al ben ik de deur al uit.
Ik stond voor de deur bij de bibliotheek en zag dat er duidelijk 'trekken' op stond, ik wist inmiddels waar ik de boeken terug kon brengen en waar de boeken staan die ik graag lees. Tòch liep ik de andere kant op. Naar de geschiedenisboeken. Op school had ik een hekel aan het vak geschiedenis. Het kon mij niet boeien, ik haalde vijfjes. Waarom trok die sectie vandaag dan toch mijn aandacht? Ik heb er tien minuten rondgelopen tot ik twee boeken tegenkwam die mij enthousiast maakten. Dat moment wilde ik dat er iemand mee was, want in je handen klappen en een gilletje uiten als je alleen bent is toch wat vreemd.
Hoe dan ook ben ik vandaag trots op mijzelf, ik heb iets overwonnen en een nieuwe obsessie erbij. Atlantis, zet je schrap, ik kom alles over jou te weten.
Mijn kracht bestaat uit de voordelen van Asperger, al is het moeilijk te vechten tegen de nadelen.
16 september 2012
11 september 2012
Uit de kast.
Boeken haal je uit de kast, maar je kan er zelf ook uitkomen. Ik ben al een keer als pot/lesbo/gay/lesbienne/dyke uit de kast gekomen (ja, dat ook nog) en ik moet zeggen dat dat een stuk makkelijk was dan dit. Ik hoefde niemand te overtuigen dat het zo is, iets waar ik nu vaak mee bezig ben. Ik moet zeggen dat het wel steeds makkelijker wordt hoor. Ik heb een script geschreven en die uit mijn hoofd geleerd. Ik probeer zoveel mogelijk de aanvallende toon te onderdrukken als ik voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal vertel. Wanneer de meest populaire vraag halverwege gesteld is, zeg ik al "Alles! Ik heb last van alles wat met Asperger te maken heeft.".
Om het wat te verzachten maak ik er vaak een grapje van. "Nouja, ik denk dat mijn omgeving er meer last van heeft dan ik, door mijn generalisatieproblemen stel ik namelijk vaak dezelfde vragen, bijvoorbeeld hoe de douche werkt, terwijl ik dat heus weet want iedere douche werkt hetzelfde. Vermoeiend voor mijn omgeving, gok ik, al kan ik me daar niet in inleven, want ik heb Asperger." Ik merk dat mensen steeds voorzichtiger zijn in het lachen om mijn grapjes, omdat ze niet zeker weten of ik een grapje maak of gewoon even autistisch ben en mij niet willen kwetsen. Denk ik.
Ik ben nogal vaak sarcastisch en dat is helemáál niet vreemd voor iemand met Asperger. Sarcasme is voor mij een overdreven nadruk leggen op een bepaalde klemtoon in een zin die je met een 'strak' gezicht uitspreekt. Zodra iemand sarcasme op een andere manier gebruikt, met name zonder de overdreven nadruk, snap ik het niet meer. Het is alsof het gesproken woord binnenkomt als geschreven woord en ik er zelf van alles mee moet doen om duidelijk te krijgen wat er wordt bedoeld, wat erachter zit, welke emotie erbij hoort en vooral hoe ik erop moet reageren. Zie mijn hoofd als een computerkast die overuren draait en constant bewust informatie moet verwerken om het te kunnen plaatsen. Snap je nu waarom ik uit die kast wil?
Om het wat te verzachten maak ik er vaak een grapje van. "Nouja, ik denk dat mijn omgeving er meer last van heeft dan ik, door mijn generalisatieproblemen stel ik namelijk vaak dezelfde vragen, bijvoorbeeld hoe de douche werkt, terwijl ik dat heus weet want iedere douche werkt hetzelfde. Vermoeiend voor mijn omgeving, gok ik, al kan ik me daar niet in inleven, want ik heb Asperger." Ik merk dat mensen steeds voorzichtiger zijn in het lachen om mijn grapjes, omdat ze niet zeker weten of ik een grapje maak of gewoon even autistisch ben en mij niet willen kwetsen. Denk ik.
Ik ben nogal vaak sarcastisch en dat is helemáál niet vreemd voor iemand met Asperger. Sarcasme is voor mij een overdreven nadruk leggen op een bepaalde klemtoon in een zin die je met een 'strak' gezicht uitspreekt. Zodra iemand sarcasme op een andere manier gebruikt, met name zonder de overdreven nadruk, snap ik het niet meer. Het is alsof het gesproken woord binnenkomt als geschreven woord en ik er zelf van alles mee moet doen om duidelijk te krijgen wat er wordt bedoeld, wat erachter zit, welke emotie erbij hoort en vooral hoe ik erop moet reageren. Zie mijn hoofd als een computerkast die overuren draait en constant bewust informatie moet verwerken om het te kunnen plaatsen. Snap je nu waarom ik uit die kast wil?
De diagnose
De diagnose kwam niet geheel onverwachts. Mijn leven lang voel ik mij een alien tussen alle 'normale' mensen die wél functioneren naar wat zij kunnen. Ik heb dat nooit gedaan. Mijn geniaal hoge CITO-score valt in het niet bij het feit dat ik al 8 jaar over mijn MBO doe, terwijl ik stiekem een tikje hoogbegaafd ben. Dit heeft er gelukkig wel voor gezorgd dat ik al die jaren heb kunnen overleven. Ik ben nu 23 en durf eigenlijk niet in mijn eentje boodschappen te doen. Mijn allerliefste bezigheid is om mijn lievelingsfilms of -tvseries te kijken en ik houd ervan ze te verzamelen. Eigenlijk houd ik van het verzamelen op zich, zoals pennen, hardloopkleding, boeken, tekenspullen en informatie over wat-ik-op-dat-moment-dan-ook-interessant-vind tot in het obsessieve. Met mijn grote berg Sinterklaaskadootjes speelde ik vroeger niet. Ik sorteerde ze op kleur of van groot naar klein en telde de hoeveelheid keer op keer. Vroeger kon ik uren schommelen of koppeltjeduiken aan een klimrek. Nu nog houd ik van ronddraaien en heen en weer bewegen.
Ik hoorde voor het eerst over Asperger als mogelijke diagnose toen ik mijn eerste gesprek had bij mijn psychiater. Ze vertelde na vijf minuten over mijn (gebrek aan) oogcontact en dat ik een raar loopje heb, alsof ik een beetje op mijn tenen loop. Door de gerichte vragen die zij stelde had ik snel door dat we richting autisme gingen en door mijn overtuigende antwoorden met schijnbaar monotone stem werd het duidelijk dat dat het juiste spoor is. Op school leerde ik over de omgang met autisten, ik doe de opleiding gehandicaptenzorg, maar nooit over de precieze kenmerken. Ik heb mij nooit verdiept in het onderwerp en wat ik wél wist over Asperger sloeg niet op mij. Ik ben namelijk een vrouw en treinen interesseren mij niet. Lang leve het internet en mijn enorme talent voor hyperfocussen, hierdoor leerde ik wat de kenmerken van Asperger zijn en het enorme verschil tussen die van mannen en vrouwen. Ik had voor ieder kenmerk een voorbeeld uit mijn eigen leven van vroeger en nu. Dit hielp bij de verdere onderzoeken, ik had mijn verhaal al klaar en wist wat er gevraagd zou worden.
Een maand later, op 08-08-2012, kon ik er niet meer onderuit. De stempel Asperger stond op mijn voorhoofd en paste perfect bij de rest van mijn lichaamsversieringen. Dit was de dag dat voor mij de grote ontkenningsfase van start is gegaan. Kon het niet zijn dat ik door mijn inmiddels grote kennis over het onderwerp de diagnose heb gekregen? Dat ik de onderzoeken zag als toets 'Wat weet jij over Asperger'? Mensen zeggen namelijk dat ik een goede actrice ben en een natuurlijke manier van manipuleren heb, wie zegt dat ik hierin niet heb gemanipuleerd? De ontkenning werd iedere dag zo'n drie keer de mond gesnoerd wanneer ik een typische sociale blunder beging. Dagelijks en al mijn hele leven heb ik last van de negatieve Asperger-dingen. Waarom, in die 23 jaar, heeft niemand dit ooit opgemerkt? De woede begon. Als het er zo dik bovenop ligt, waarom heeft niemand mij hierop gewezen? Vooral het feit dat het nooit meer weg zal gaan, maakte mij woedend. Ik zal de rest van mijn leven Asperger hebben en het zal hooguit iets makkelijker worden om mee te leven.
En nu?
10 september 2012
Hij en ik.
Sinds 1,5 jaar woon ik samen met mijn beste huishomovriendgenoot. Hij doet alles goed en weet precies wat ik denk en wil. Dit is de enige persoon die ik voor altijd in mijn leven wil en niet zonder zou kunnen. Ik hoef hem niets uit te leggen, zelfs niet wat Asperger inhoudt, want hij weet wie ik ben en dat is genoeg. Mijn stukje geluk.
Abonneren op:
Posts (Atom)